Maandelijks archief: november 2018

Onrechtmatige hinder: geluidsoverlast

Artikel 37 (Burgerlijk Wetboek Boek 5)

De eigenaar van een erf mag niet in een mate of op een wijze die volgens artikel 162 van Boek 6 onrechtmatig is, aan eigenaars van andere erven hinder toebrengen zoals door het verspreiden van rumoer, trillingen, stank, rook of gassen, door het onthouden van licht of lucht of door het ontnemen van steun.

Artikel 162 (Burgerlijk Wetboek Boek 6)

1 Hij die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt, welke hem kan worden toegerekend, is verplicht de schade die de ander dientengevolge lijdt, te vergoeden.

2 Als onrechtmatige daad worden aangemerkt een inbreuk op een recht en een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht of met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, een en ander behoudens de aanwezigheid van een rechtvaardigingsgrond.

3 Een onrechtmatige daad kan aan de dader worden toegerekend, indien zij te wijten is aan zijn schuld of aan een oorzaak welke krachtens de wet of de in het verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening komt.

Roerende zaken en onroerende zaken

  • Welke goederen zijn onroerend? (Art. 3:3 lid 1 BW)
  • Welke goederen zijn roerend? (Art. 3:3 lid 2 BW)

Artikel 3 (Burgerlijk Wetboek Boek 3)

1 Onroerend zijn de grond, de nog niet gewonnen delfstoffen, de met de grond verenigde beplantingen, alsmede de gebouwen en werken die duurzaam met de grond zijn verenigd, hetzij rechtstreeks, hetzij door vereniging met andere gebouwen of werken.

2 Roerend zijn alle zaken die niet onroerend zijn.

(Door de formulering van lid 2 is het systeem altijd sluitend: zaken zijn óf onroerend óf roerend. )