Maandelijks archief: oktober 2018

Het oplossen van een juridische casus

Casus oplossen:

http://rechtsorde.blogspot.com/p/casus-oplossen-in-vijf-stappen.html

Hoe los je een juridische casus op?

https://www.joho.org/nl/hoe-los-je-een-juridische-casus-op-0

Casus oplossen in de praktijk:

http://www.ie-jurist.nl/over-deze-site/casus-oplossen

Samenvatting Juridische vaardigheden (Loonstra):

https://www.worldsupporter.org/en/chapter/40384-samenvatting-juridische-vaardigheden-loonstra


Uitgangspunt bij het oplossen van een casus blijft dat je vier vragen moet beantwoorden:

  • Welke rechtsregels zijn belangrijk?
  • Wat zijn de rechtsvoorwaarden en rechtsgevolgen van deze rechtsregels?
  • Welke feiten zijn relevant?
  • Passen de feiten en de rechtsregel op elkaar?

Voordelen van een inductiekookplaat

De voordelen van koken op inductie:

  • De warmte ontstaat direct in de bodem van de pan en niet op de kookplaat, hierdoor heb je nauwelijks verlies van energie door afgeven van de warmte aan de omgeving.
  • De pan wordt snel verhit door een gelijkmatige warmteverdeling.
  • De kookplaat is makkelijk schoon te houden.
  • Geen aanbranden op de kookplaat.
  • Het hitteveld warmt zeer snel op en koelt snel af.

Wetten in formele zin en wetten in materiële zin

Wetten in formele zin

Bij een wet in formele zin is sprake van een gezamenlijk besluit van de regering en de Staten-Generaal (Tweede en Eerste kamer).

Wetten in materiële zin

Ieder algemeen verbindend voorschrift ongeacht zijn herkomst. Algemene regels van een bevoegd overheidsorgaan die de burgers binden.

Met een wet in materiële zin worden alle bepalingen bedoeld die naar hun inhoud als een wet gezien kunnen worden, oftewel alle algemeen verbindende voorschriften. Hier kan gedacht worden aan gemeentelijke verordeningen.

Drie soorten wetten:

  • Wetten in formele- en materiële zin
  • Wetten in formele zin maar niet in materiële zin
  • Wetten in materiële zin maar niet in formele zin

Bijna elke wet in formele zin is ook een wet in materiële zin, maar niet elke wet in materiële zin is een wet in formele zin.

De rechter mag een wet in formele zin niet aan de grondwet toetsen.

Verschil:

http://www.bezwaar-en-beroep.nl/wetgeving/

https://nl.wikipedia.org/wiki/Wet_in_formele_zin

Formeel recht en materieel recht

Materieel recht

Materieel recht verwijst naar de rechtsregels die voorschrijven hoe de mensen zich in het maatschappelijk verkeer tegenover elkaar behoren te gedragen. Het zijn regels waarmee iedereen in het dagelijkse leven mee te maken heeft. Het zijn regels die rechten verlenen en verplichtingen opleggen tussen:

  • burgers onderling
  • overheden onderling
  • burgers en overheid

Voorbeeld: Het Wetboek van Strafrecht bevat diverse strafbepalingen en behoort daarmee tot het materiële recht.

Formeel recht

Het formele recht (ofwel procesrecht) geeft de regels over de wijze waarop een bepaald proces gevolgd moet worden. Pas wanneer er conlicten ontstaan krijg je te maken met formeel recht (procesrecht). Het formele recht verwijst naar rechtsregels die de handhaving van het materiële recht door rechtspraak, toezicht enzovoort bestrijken. Formeel recht betreft de wijze waarop materieel recht wordt gehandhaafd.

Voorbeeld: Het Wetboek van Strafvordering bevat daarentegen regelingen omtrent het procesverloop in een strafrechtelijke procedure en behoort daarmee tot het formele recht. Het Wetboek van Strafvordering neemt ook een centrale plaats in in het formele strafrecht.

Materieel en Formeel recht in Nederland: https://zakelijk.infonu.nl/juridisch/61939-materieel-en-formeel-recht-in-nederland.html

Vier inhoudelijke (materiële) vragen

De rechter beoordeelt aan de hand van vier inhoudelijke (materiële) vragen of een verdachte strafbaar is:

  1. Is bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft gepleegd?
  2. Is het ten laste gelegde en bewezen feit strafbaar?
  3. Is de verdachte strafbaar?
  4. Welke straf moet er worden opgelegd?

De vier materiële vragen – FutureLearn:

https://www.futurelearn.com/courses/nederlands-recht/0/steps/15612

Art. 350 Sv

Indien het onderzoek in artikel 348 bedoeld, niet leidt tot toepassing van artikel 349, eerste lid, beraadslaagt de rechtbank op den grondslag der telastlegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting over de vraag of bewezen is dat het feit door den verdachte is begaan, en, zoo ja, welk strafbaar feit het bewezen verklaarde volgens de wet oplevert; indien wordt aangenomen dat het feit bewezen en strafbaar is, dan beraadslaagt de rechtbank over de strafbaarheid van den verdachte en over de oplegging van straf of maatregel, bij de wet bepaald.

Wetboek van Strafvordering:

https://wetten.overheid.nl/BWBR0001903/2009-07-01

Het relativiteitsvereiste

Het relativiteitsvereiste houdt in dat er geen verplichting tot schadevergoeding is als de geschonden norm niet strekt tot bescherming tegen de schade zoals de benadeelde die heeft geleden.

Relativiteitsvereiste – Nysingh:

https://www.nysingh.nl/actueel/relativiteitsvereiste-art-6163-bw/

Art. 6:163 BW

Geen verplichting tot schadevergoeding bestaat, wanneer de geschonden norm niet strekt tot bescherming tegen de schade zoals de benadeelde die heeft geleden.

Burgerlijk Wetboek Boek 6:

https://wetten.overheid.nl/BWBR0005289/2016-07-01

 

Begrip Wilsgebrek

Wilsgebrek – Wikipedia:

https://nl.wikipedia.org/wiki/Wilsgebrek

Wilsgebrek – AMS Advocaten:

https://www.amsadvocaten.nl/woordenboek/verbintenissenrecht/wilsgebrek/

Art. 6:228 BW is een voorbeeld van een wilsgebrek:

1 Een overeenkomst die is tot stand gekomen onder invloed van dwaling en bij een juiste voorstelling van zaken niet zou zijn gesloten, is vernietigbaar:

a. indien de dwaling te wijten is aan een inlichting van de wederpartij, tenzij deze mocht aannemen dat de overeenkomst ook zonder deze inlichting zou worden gesloten;

b. indien de wederpartij in verband met hetgeen zij omtrent de dwaling wist of behoorde te weten, de dwalende had behoren in te lichten;

c. indien de wederpartij bij het sluiten van de overeenkomst van dezelfde onjuiste veronderstelling als de dwalende is uitgegaan, tenzij zij ook bij een juiste voorstelling van zaken niet had behoeven te begrijpen dat de dwalende daardoor van het sluiten van de overeenkomst zou worden afgehouden.

2 De vernietiging kan niet worden gegrond op een dwaling die een uitsluitend toekomstige omstandigheid betreft of die in verband met de aard van de overeenkomst, de in het verkeer geldende opvattingen of de omstandigheden van het geval voor rekening van de dwalende behoort te blijven.